Naar begin Terug

Santiago de Compostela

Dag 11 t/m 20

Dag 11. Prémery-Augy sur Aubois (25 aug. 2008) 78 km

Om kwart voor 7 begint het te tikken op de tent. Dat belooft niet veel goeds. We zetten koffie onder een grote partytent op de camping. Amper 5 minuten na het vertrek krijgen we een klim van 2 km. We zijn drijfnat. Aan de buitenkant door de regen, aan de binnenkant door de condens en 't zweet. Om half 10 kunnen de regenkleren uit. De rest van de dag hebben we zonnecrème factor 30 nodig. Nevers is de zoveelste slapende Franse stad. Gewoon doods, uitgestorven. Iedereen is blijkbaar op vakantie. Vooral tussen 12.00 en 14.00 kun je een kanon afschieten in de stad. Na een blonde Grimbergen in Sancoins komen we om 19.30 aan in "Nos repos" te Augy sur Aubois. Dit is een refugium van een Nederlands echtpaar. We worden verwend door de beheerder. Samen met nog een echtpaar uit Antwerpen maken we 3 liter Cellier des Dauphins leeg. Morgen proberen we op tijd op te staan.



Dag 12. Augy sur Aubois-La Châtre (26 aug. 2008) 95 km

Heerlijk geslapen in een gewoon bed. Nog even kletsen bij een beker koffie en onder een strakblauwe lucht vertrekken we. De groeten aan René, de eigenaar van het refugium. Wat we zoal eten? 's Morgens zet Jo verse koffie. Daarbij brood (liefst pain du pays) met kaas, worst, jam en vanmorgen zelfs een vers eitje. Omstreeks 11.00 uur koffiekoeken (pain aux raisins ou pain au chocolat). 's Middags brood met beleg of plat du jour. Om 16.00 uur een banaan en 's avonds na 't opzetten van de tent warm eten (liefst op een terras). Tussendoor hebben we vandaag bramen gegeten. Langs de weg staan kilometers bramen en die zijn deze tijd rijp. Ondanks het zware programma vallen we niet af. Maar dat hoeft ook niet. Door 't vele klimmen gaan de koersbroeken steeds strakker om de bovenbenen zitten. Michael Bogaert kan daar jaloers op zijn.



Dag 13. La Châtre-Crozant (27 aug. 2008) 67 km

Het is mistig tussen de heuvels. Alles is klam. Dat belooft een mooie dag te worden. Na enkele kilometers komen we bij de burcht in Sarzay. Deze burcht had eens 38 torens. In een roman van George Sand (die in deze streek woonde) komt hij voor als "Le chateau de Blanchemont". Bijzonder is de Jacobskerk in Neuvy St. Sépulcre met zijn rond - en rechthoekig deel. Vooral de koepel die rust op elf pilaren en onregelmatige bogen is speciaal om te zien. 's Middags stoppen we om de was van de vorige avond te drogen. We maken daarvoor gebruik van het hek van een boer. Ondertussen rusten we uit onder een boom en eten nog een paar bramen die langs de kant van de weg staan.

In Crozant is een camping, maar voordat we die bereiken hebben we een klim van 8%. Dat is met volle bepakking moordend. Vooral omdat de temperatuur vandaag is opgelopen tot boven de 25°C. Op de camping worden we enthousiast ontvangen door een echtpaar uit Boxmeer. Ze bieden ons een bijna koud biertje aan. Dat smaakt. Ook wel lekker dat je weer gewoon eens Nederlands kunt praten.



Dag 14. Crozant-Châtelus le Marcheix (28 aug. 2008) 73 km

Nog mistiger dan gisteren. Dat belooft wat. De buren verwennen ons met een heerlijke beker thee. Zij hebben nl. enkele jaren geleden een gedeelte van de route gereden tot Limoges en weten dus wat pelgrims nodig hebben. Vanaf gisteren zijn we duidelijk in 't middengebergte beland. Klimmen tot boven de 500 meter, de hele dag. Maar het gaat goed. Een pastoor onderweg vraagt of we een slaapplaats nodig hebben, maar het is pas 16.00 uur en dus te vroeg. We moeten verder. In de Mairie van Grand Bourg krijgen we de 14e stempel in ons pelgrimspaspoort. Elke dag is het ons gelukt om te laten stempelen. In 't Frans heet een stempel trouwens "un tampon". In de kerk van Vezelay moesten wij dus aan een nonnetje zonder te lachen om een "tampon" vragen. We staan nu op een totaal verlaten camping. Alleen onze tent en verder niets. Zelfs de beheerder is naar huis. Lekker rustig. En het is prachtig weer. Vandaag weer tussen de 25 en 30°C.



Dag 15. Châtelus le Marcheix-St. Germain-les Belles (29 aug. 2008) 65 km

De eerste stop voor koffie is in St. Léonard de Noblat. Een prachtig middeleeuws stadje, ongeveer 20 km van Limoges. Overhellende gevels met veel hout en vakwerkhuizen. De straten bestaan uit grote granieten blokken. Tijdens de 3 kilometer lange klim naar Eybouleuf loopt het kwik op tot 36 graden. Als we bij onze fiets terugkomen van de dolmen van Pouyol (= een soort hunebedden) staat de thermometer op 41° (in de zon). Limoges laten we links liggen; dat zou nl. een omweg van 40 km betekenen. Water hebben we nodig, veel water. Onze waterdragers staan niet aan de kant van de weg en ook geen douches boven de weg zoals in China. Vooral 's morgens komen we op onze tocht veel dieren tegen. Een paar dagen geleden hebben we staan kijken naar 4 reeën die aan de bosrand stonden te grazen. Diezelfde dag betrapten we twee bevers met jongen die langs een riviertje aan het spelen waren. Toen ze ons zagen doken ze meteen het water in. Roofvogels zoals de buizerd en de havik cirkelen de hele dag boven de velden. Vanmorgen moesten we in de afdaling remmen voor een overstekende vos. Vijfhonderd meter verder stonden vier jagers met een meute jachthonden. Dat maakte meteen duidelijk waarom Reinaert zo'n haast had. Hagedissen hebben we al in vele soorten, kleuren en maten gezien.



Dag 16. St. Germain-les Belles - Donzenac (30 aug. 2008) 72 km

Omstreeks het middaguur begint het asfalt in de haarspeldbochten te smelten. Je hoort het aan de banden plakken. Het profiel laat een duidelijk spoor van onze tocht door Frankrijk achter. Het kwik staat om half 4 alweer boven de 35°C. Wie had dit durven dromen. Als we onze kilometers optellen komen we aan 1254. Dat betekent dat we op de helft zijn! We zijn daar best trots op. Het is pas onze 16e dag.

In de weilanden staan in deze streek heel mooie bruine runderen, koeien en kalfjes. Deze zie je bij ons bijna nergens. Mooi gebouwde beesten. Niet van die uitgezakte dikbillen zoals je tegenwoordig op de jaarmarkten ziet. Ook valt op wat een rommel de Fransen op het platteland bewaren. De schuren, hangars en het erf liggen vol roestig spul. Oude wasmachines, gieters, half gesloopte tractors, auto's enz. Dat gaat bij de meesten van ons naar het containerpark.



Dag 17. Donzenac-Rocamadour (31 aug. 2008) 70 km

Het is paardenmarkt in Brive-la-Gaillarde als we er aankomen. De beesten staan te blinken. Nog even een paar manen en staarten met gekleurd lint vlechten. Het is een grote stad met een vriendelijke uitstraling, maar op zondag praktisch uitgestorven. We zien al een tijdje een kasteel op de top van een van de bergen. Later blijkt dat onze weg over deze berg voert. Het is het stadje Turenne met z'n middeleeuwse burcht en idem dito huizen. Nog iets zuidelijker komen we nieuwe zaken tegen. We maken een foto te midden van tabaksvelden. Eerder hebben we al een schuur gezien waar de bladeren te drogen hangen. En dan de notenbomen. Hellingen vol. De noten worden geperst tot olie en ook gebruikt voor notenlikeur. Ze zijn helaas nog niet rijp. "Foies Gras a vendre" staat op verschillende borden. De honderden ganzen zijn we onderweg al tegengekomen. Gelukkig niet vastgespijkerd op een plank met een trechter in hun bek. Maar dat schijnt ook nog steeds te gebeuren. Om 16.00 uur steken we tussen St. Sozy en Meyronne de Dordogne over. Het wordt toeristisch hier. Veel campers en auto's met skiboxen bovenop. Morgen is dat over, dan beginnen in Frankrijk de scholen weer.



Dag 18. Rocamadour-Cahors (01 sept. 2008) 72 km

We dalen een stukje af van l'Hospitalet naar Rocamadour. De naam dankt het stadje aan Amadour een kluizenaar uit de 11e eeuw die daar in een grot leefde. Zijn lichaam is later gevonden, ongeschonden, niet vergaan zoals je dat bij meerdere van deze heiligverklaarden tegenkomt. Tegen de rotsen zijn talrijke kapellen gebouwd. In één ervan staat het beeld van de zwarte madonna. Ook hier dus een zwart Mariabeeld net zoals in Sainte Marie de la Mer, de bedevaartplaats van de zigeuners in de Camarque.

Het stadje oogt net als andere bedevaartplaatsen erg commercieel: winkeltjes vol rommel, cafés, eethuizen enz. Vanuit het stadje gaat een grote trap bergopwaarts. De boetelingen moeten deze trap op hun knieën op. Na de trap volgt er nog een kruisweg, verder naar boven. Als we alles gezien hebben fietsen we verder, richting Cahors. Onderweg rijden we langs de Vers. Vanuit St. Martin-de Vers legden de Romeinen een aquaduct aan naar Cahors, 38 km verderop. Het verval over deze gehele afstand is precies 32 m. Hoe de Romeinen dit berekenden is onbekend; knap is het wel.



Dag 19. Cahors-Moissac (02 sept. 2008) 75 km

Na het ontbijt rijden we over een van de bruggen Cahors binnen. De stad is gebouwd in de binnenbocht van de rivier de Lot. Een echt puzzelwoord volgens Jo. De stad is groter dan verwacht en bruist van leven. Je kunt echt zien dat de vakanties in Frankrijk voorbij zijn; alles is weer open. In een school maken we gebruik van het computerlokaal om wat foto's voor de site door te mailen. We slenteren gezellig door de stad. Cahors is overigens bekend om z'n wijn. Een donkerrode, bijna zwarte wijn die ook wel "stierenbloed" genoemd wordt. Tegen half 12 verlaten we de stad via de Pont Valentré. Het is een van de mooiste vestingbruggen van Europa met zijn 3 torens. Een leuke legende verhaalt dat de bouwmeester in ruil voor zijn ziel de duivel te hulp riep. De bouwmeester was echter de duivel te slim af. De brug is nooit afgebouwd, want de laatste steen werd niet gemetseld. In dat gat hebben ze later een duivelsbeeldje gezet. 's Avonds stoppen we in Moissac, een mooie stad aan de Tarn. De camping ligt vlak bij het water. Maar we hoeven er niet persé met de voeten in. Het is om 20.00 uur niet meer zo warm. 's Zomers kan het hier bloedheet zijn volgens de kenners van de streek..........



Dag 20. Moissac - Castéra-Verduzan (03 sept. 2008) 82 km

In de kloosterkerk van Moissac zijn om 9.00 uur een aantal zusters en leken een dienst met gezang aan het opluisteren. Mooie Latijnse gezangen. Dan gaat zo'n kerk echt weer leven. Dan is er sfeer. De weg voert ons in zuid-westelijke richting over een mooi pad langs de Tarn. De eerste 20 kilometer zijn voorbij voor we er erg in hebben. Een vlakke weg, dat is lang geleden. Het landschap is heuvelachtig. We komen tussen de zonnebloemen terecht. Gisteren passeerden we duidelijk een meloenenstreek. Velden vol. Bij een wat steile helling lagen de meloenen tot op straat. Ze rollen nl. gewoon naar beneden. We besloten er een te proeven. Dat viel tegen. Droog en zonder smaak. Weg ermee. Vandaag dus alleen maar zonnebloemen, zo ver je kijken kunt. We kunnen ons best voorstellen dat van Gogh hier helemaal knetter van werd en zijn oor afsneed. Of klopt dat verhaal niet precies. We passeren zo nu en dan stadjes met kastelen en middeleeuwse kerken, maar we hebben al zoveel gezien. Je raakt verzadigd. Sommige velden met zonnebloemen zijn bijna zwart. Die zijn dus rijp. Een grote John Deere combine draait het veld op en begint de zonnebloemen te maaien en te dorsen. Goh.........wie had dat gedacht, gewoon met een combine.

Apremont: Keersluis in het Canal de Nivernais. Langs de weg overal volop bramen. De was drogen op het hek van een weiland. La Souterreine: Porte St. Jean St. Léonard de Noblat Grazende limogines Brive-la-Gaillarde: Paardenmarkt. Rocamadour: De stad tegen de heuvels. Cahors: Pont Valantré. Moissac: Het middeleeuwse klooster.