Naar begin Terug

Het is een trekschuit of trekpont. Dat wil zeggen dat je met eigen kracht de boot naar de overkant moet trekken. Je hoeft niet sterk te zijn. Op dit moment lopen de touwen nog soepel over de kunststof wielen. Als je midden op het water zit, stop dan even, kijk om je heen en geniet van dit prachtig stukje natuur. Dat is wel eens anders geweest. In de vijftiger jaren van de vorige eeuw begon iedereen zijn "schijthuis" (=Koewachts voor buitentoilet; een plank met een gat en stukjes krant of Panorama aan een spijker) in te ruilen voor een wc binnenshuis. In dezelfde tijd kwam ook de riolering naar het platteland. Koewacht bleef niet achter en legde in het dorp een netwerk van buizen aan. Er waren in die tijd echter nog geen zuiveringsstations in de buurt. Dat was voor het college van B en W geen probleem. De buis werd tot in de Boskreek gelegd en deze diende vanaf dat moment als beerput voor heel het centrum. In de buitenwijken bleef men aangewezen op septic tanks of verzinkputten. Het zwemmen nam vanaf die dag drastisch af. Het zwemt wel soepel tussen de drollen, maar je krijgt ook wel eens water binnen. Gelukkig kreeg Koewacht zijn eerste natuurbad met speeltuin naast het oude voetbalveld, zodat de jeugd zich, onder het toeziend oog van Fons van Poele, kon vermaken.

Ja, je mag overvaren......................

Nee, je hoeft niet te betalen.......... Trouwens er is in geen velden of wegen een schipper te bekennen. Je zult zelf de pont aan de overkant moeten krijgen.


Magnifiek!!

Sinds begin november 2012 ligt er een heuse trekschuit midden op de Boskreek. Wie graag wandelt krijgt er een prachtige route bij.

Even zoeken waar de boot ligt..........Loop vanaf de Tragel langs het water, dan kom je de aanlegsteiger vanzelf tegen. Als ik zeg "in de buurt van de zwemplek" weet iedereen die hier vroeger gezwommen heeft genoeg.

Als je bent overgestoken kun je links langs de kreek verder lopen tot aan de bosrand. Daar kun je rechtsaf het Vennepad in en kom je even later op de Emmabaan uit. Het gaat er hier maar even om dat je hem vindt.

Ze hebben de oever met een atlas een beetje gefatsoeneerd en de modder die eruit kwam aan weerskanten op de kant gestort. Ik kon het niet laten om even te snuffelen of er iets opgegraven was. En jawel hoor. In de blubberzooi lagen zeker vier zoetwatermossels (schildersmossel) en een aantal lege schelpen.

Natuurlijk wist ik al jaren dat deze in de Boskreek leefden, maar nu hebben we het bewijs dat ze er nog steeds zijn, ondanks de riolering en de stropers. Dat zou dus ook wel eens kunnen betekenen dat hier ruisvoorn of bittervoorn voorkomt, want deze leeft altijd in een biotoop samen met de mossel . Wanneer een vrouwtjesvoorn haar eieren (kuit) door de kieuwopening binnenin de mossel heeft gelegd, spuit het mannetje zijn sperma in de buurt van de mossel die dit naar binnen zuigt. Als de mossel in gevaar is, sluit deze zich, waardoor de eitjes veilig zijn. De bevruchte eieren ontwikkelen zich nu in deze draagmoeder. Als door baggeren, vervuiling  of een andere oorzaak de mossels verdwijnen, is het gedaan met de biotoop. De bittervoorn sterft daardoor uit. De mossel gebruikt op haar beurt de vissen in de kreek, want de mossellarven leven als parasieten op rondzwemmende vissen. Ze hechten zich met kleine tandjes vast en leven de eerste maand van hun bestaan van het slijm van hun gastheer.


Nog even verder snuffelen levert een prachtige scherf Keuls aardewerk op. Een hals met daaraan een nog gaaf oor van een grijsblauwe kruik. Dit steengoed werd vroeger veel in de keuken gebruikt. Ik herinner mij nog de grote zoutpot bij mijn oma. Waarschijnlijk is deze scherf meegekomen via de riolering uit het dorp. Aardewerk en steengoed vergaan niet onder water en de vondst ziet er dus nog uit als nieuw.

Schipper mag ik overvaren

De nieuwe veerboot over de Boskreek

Gewoon aan het touw trekken om over te steken

Schelpen van de zoetwatermossel (binnenkant)

Scherf van een Keulse kruik (grijs/blauw)