Naar begin Terug

4 mei herdenking (4)

Eduardus in ceremonieel tenue

Eduardus J. Verschraegen


KNIL

Eduardus (door iedereen gewoon Ward genoemd) Verschraegen werd geboren op 20 februari 1914 als derde zoon van Petrus Verschraegen en Josephine van Poele. Het gezin woonde op het adres Hazelarenhoek D140. Tegenwoordig is dit Hazelarenstraat 70. Na de lagere school begon hij zoals velen in die tijd als jongste boerenknecht. Hij was eigenwijs, ijdel maar ook muzikaal; speelde ‘s_avonds en op feestjes mondharmonica. In een schoolschrift noteerde hij de liedjes die hij zong en speelde. Na een paar jaar had hij het als paardenknecht wel gezien: “Hier zit geen toekomst in”, moet hij gedacht hebben. Hij nam afscheid van zijn familie, vrienden en lief en meldde zich als vrijwilliger bij het KNIL (Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger). Zijn militaire carrière begon op de kazerne in Nijmegen. Na zijn opleiding vertrok hij per boot (De Dempo van de Rotterdamse Lloyd) naar Nederlands Oost Indië. Een bepaalde tijd was hij gelegerd in Magelang, een oude VOC garnizoensstad op midden-Java. Hij schreef toen brieven, stuurde foto’s op en leek gelukkig op het “zo mooie groene eiland”. De militairen waren daar gelegerd om de kolonie onder de duim te houden en dat lukte redelijk omdat de nationalistische bewegingen tot dan toe nog te weinig macht hadden.


WO-2

Op 8 december 1941 verklaarde Nederland Japan de oorlog. Op zee werd al spoedig gevochten.  In januari 1942 begon de aanval van Japan op het vasteland van Nederlands Indië. Het KNIL kapituleerde op 9 maart 1942. Alle officieren, onderofficieren en soldaten werden krijgsgevangen gemaakt en kwamen in Japanse kampen terecht. Zo ook sergeant Eduard Verschraegen. De Jappen hadden geen enkel respect voor gevangen genomen militairen. Voor hen gold: ”Een soldaat vecht tot de dood en geeft zich nooit over”. De mensen werden daarom ook als varkens behandeld: Ze werden geschopt, met ijzeren stangen en bamboe stokken geslagen, of moesten uren in de hete zon staan. Eten en drinken waren op rantsoen. Voortdurend werden grote groepen krijgsgevangenen verplaatst. Soms te voet, in ijzeren containers op vrachtwagens, per goederentrein of boot. Veel werden er tewerk gesteld als slaven bij het aanleggen van spoorwegen, havens, wegen of vliegvelden. Duizenden stierven door uitputting of ziekte in de tropische hitte. Medische zorg was er praktisch niet.


VERENIGDE STATEN

Op 7 december 1941 had Japan een verrassingsaanval uitgevoerd op Pearl Harbor, waar een groot aantal Amerikaanse oorlogsschepen werden verwoest. Vanaf dat moment waren dus ook de Verenigde Staten in oorlog met Japan. Een van de strategische zetten van de U.S.A. was om alle toevoerwegen over zee te controleren en af te sluiten. Japan als eiland moest immers heel veel noodzakelijke goederen over zee aanvoeren. Daarom werden in een ijltempo steeds meer grote en kleine vliegdekschepen en onderzeeërs gebouwd en naar de Pacific gestuurd. Overal lagen de onderzeeërs op de loer en zodra er een Japans konvooi in de buurt kwam werden de torpedo’s gelanceerd. Vliegtuigen stegen op om de Japanse vrachtschepen te bestoken. Honderden zijn er in de loop van de laatste oorlogsjaren tot zinken gebracht. Dit even ter informatie voor wat er verder komt.













Onderofficiersverblijf in Magelang Aanval op Pearl Harbor Hofuku Maru Task Force 38, verantwoordelijk voor de aanval Torpedobom wordt onder een TBF gemonteerd Een Douglas TBF-1 laat de torpedobom los Monument voor de slachtoffers van de Helschepen bij Subic Bay op de Filipijnen

DE DODENSPOORWEG

Vanaf 9 maart 1942 zat Eduard dus gevangen in een van de kampen van Java IV. Dit was in Malang op Oost Java. Omdat zijn Japanse interneringskaart bewaard is gebleven kunnen wij dit hier met zekerheid zeggen. Misschien wel interessant om deze kaart eens te bekijken en enige uitleg te geven.


“HELSCHEPEN”

Duizenden soldaten werden per schip naar Japan gebracht om als slaven te werken in de oorlogsindustrie. Onder hen veel Britten, Nederlanders, Australiers en Amerikanen. Ze werden vervoerd over zee per vrachtschip. In de ruimen van deze schepen waren met balken en planken verdiepingen gemaakt van amper een meter hoog. Hierin werden de soldaten, dikwijls met de bajonet in de rug, als vee opgestapeld en moesten onder erbarmelijke omstandigheden de hele reis zien vol te houden. Dat was ook het lot van Ward Verschraegen. Hij werd eerst overgebracht naar Signapore. Daar ging hij begin juli 1944 aan boord van de Hofuku Maru, een in 1918 gebouwd vrachtschip. In totaal zaten er 1289, vooral Britse en Nederlandse militairen in de ruimen gepropt. Op 7 juli vertrok konvooi Shimi-05, bestaande uit 10 schepen, waarvan er 5 krijgsgevangenen aan boord hadden, uit de haven van Signapore en zette koers naar Miri op Brits Borneo. Op 8 juli kwamen ze daar aan.  Om een nog onbekende reden (waarschijnlijk motorstoring) bleef de Hofuku Maru samen met nog een ander schip achter in deze haven en vertrok de rest van de groep onder de naam  MI-08 richting de Filipijnen. Op 13 augustus zijn deze in Moji (Japan) aangekomen.

Op 19 juli arriveerde de Hofuku Maru in de haven van Manilla, de hoofdstad van de Filipijnen. Het schip moest echter gerepareerd worden alvorens verder te kunnen varen. Tot half september lag het in de haven met 1289 krijgsgevangenen binnenin. Niemand mocht van boord. Men zat opgesloten in de snikhete ruimen met alleen een klein luik bovenin. Veel jongens waren doodziek; ze leden aan allerlei tropische ziektes zoals beriberi, malaria en dysenterie. Te ziek om op te staan deden ze hun behoeften en gaven ze over waar ze zaten of lagen. De stank was niet te harden, vooral ook door de tropische hitte. Een kopje vies water en rijst per dag was alles wat ze kregen. Ze hadden een katoenen lap en een touw gekregen om niet helemaal naakt te zijn. De hel op aarde, erger kon niet.  Bijna 80 dagen verbleef deze groep aan boord van dit “Helschip”, want zo worden deze schepen tot op de dag van vandaag genoemd.

Op 20 september 1944 vertrok konvooi MATA-27 met daarbij de Hofuku Maru en nog 10 andere boten vanuit Manilla richting Takoa op Formosa (Taiwan). ‘s Nachts gingen ze voor anker in de Subic Bay, waarschijnlijk om de Amerikaanse inlichtingendienst te misleiden. De reis werd de volgende morgen voortgezet maar tussen tien en half elf plaatselijke tijd verschenen er meer dan 100 Amerikaanse gevechtsvliegtuigen. Eerst werden de schepen met mitrailleurs beschoten. Iedereen in de donkere ruimen wist wat dit betekende. Dan vielen de bommenwerpers aan en lieten hun bommen los. Om 10.35 werd de Hofuku Maru getroffen door drie torpedobommen, brak in tweeën en zonk binnen 5 minuten. 1047 soldaten vonden de dood en wonder boven wonder overleefden 242 mensen deze ramp. Ze werden opgepikt door vissersboten of klampten zich vast aan wrakhout en bereikten zo de kust. In ieder geval, Eduard Verschraegen was daar niet bij en is dus hier gestorven, geraakt door een van de Amerikaanse bommen of verdronken in het ruim van de Hofuku Maru.


NOG ENKELE FEITEN

Onder de slachtoffers op de Hofuku Maru waren nog 3 Zeeuws-Vlamingen nl. Pieter de Feijter uit Hontenisse, Jan Hamelink uit Terneuzen en Remi Mechelinck uit Westdorpe.

Tussen 1942 en 1945 zijn in totaal 126.000 krijgsgevangenen per “Helschip” vervoerd. Hiervan zijn er door Amerikaanse en Britse acties meer dan 21.000 gedood.

De grootste ramp was die met de Junyo Maru op 17 september 1944. In één klap vonden 5620 krijgsgevangenen de dood in de golven.

De Amerikaanse piloten werden als helden ingehaald en kregen de nodige onderscheidingen van hun president. Ook is bekend dat een aantal van hen na de tweede  wereldoorlog ernstige psychische problemen kreeg toen ze o.a. niet konden verwerken dat ze zo veel van hun eigen bondgenoten en kameraden hadden gedood.

Sergeant-Majoor Kitaich Jotani is na de oorlog berecht en opgehangen op beschuldiging van mishandeling van Britse en Nederlandse krijgsgevangenen op de Hofuku Maru. Hierdoor stierven er onderweg 98 opvarenden.

Op de Filipijnen, aan de kust bij Subic Bay (Waterfront Road), is een monument opgericht ter nagedachtenis aan alle slachtoffers van de de “Helschepen”.

Voorkant links:

Kamp:

Java. Dit is echter doorgestreept en vervangen door Thailand, 15-8-1942**.

Naam:

Verschragen, Eduardus.

Nationaliteit:

Nederlandse.

Rang:

Sergeant.

Plaats gevangenneming:

Java

Naam vader:

Petrus

Geboorteplaats:

Koewacht

Bestemming rapport: Verschragen, Koewacht, Holland.


Voorkant rechts:

No: (=kampnummer)

Java IV. Dit is weer doorgestreept en vervangen door Thailand II

Geboortedatum:

20-1-1914

Onderdeel:

8e Infanterie Bataljon, Malang

No. 92597

Datum gevangenneming:

9-3-1942**

Naam moeder:

(niet ingevuld, was overleden)

Beroep:

(niet ingevuld)

Opmerkingen:

90726


** Het jaar 17 is het 17e jaar na het aantreden van de Japanse keizer in 1925 (1925+17=1942).


De diagonale rode streep over de kaart betekent dat hij is overleden.


De achterkant:

Overgeplaatst in 1943 (18) van POW kamp Thailand II naar VI.

Het schip (Hofuku Maru) is gebombardeerd en vermist op 21-09-1944 tussen 10:32 en 10:38

Plaats van het wrak:

15º  01¹  Noorderbreedte

120º 02¹  Oosterlengte

Als je op deze kaart "Thailand II" ziet staan, lopen de rillingen over je rug. Dit kan maar één ding betekenen nl. dat Eduard als krijgsgevangene gewerkt heeft aan de beruchte Thailand-Birma spoorweg. Daar gingen immers alle krijgsgevangenen heen die verscheept werden naar Signapore. Als we hem volgen worden we inderdaad met deze waanzin geconfronteerd. Even in het kort de tot nu toe bekende feiten op een rijtje:

15-08-1942: Van Java IV overgebracht naar Batavia (Tandjok Priok).

15-01-1943: Op transport van Batavia naar Signapore op de Harugiku Maru (Java Party 9). Er werden 3188 Nederlandse krijgsgevangenen in het ruim gepropt. Eduard had instapnummer 1597. Deze boot was in 1910 gebouwd bij Feyenoord in Rotterdam en was eigendom van de KPM (Koninklijke Pakketvaart Maatschappij). Hij werd gedoopt als Hr. Ms. Van Waerwijck. Op 26 juni 1944 werd dit schip, in de Straat van Malakka, nabij Sumatra, met meer dan 1000 krijgsgevangenen getorpedeerd door de Britse onderzeeboot HMS Truculent.

18-01-1943: Aankomst in Signapore, een dag later arriveerden ze in het Changi kamp.

02-02-1943: Vertrek met trein 45 vanuit Signapore. Per trein werden er 625 gevangenen in ijzeren veewagons vervoerd.

06-02-1943: Aankomst in kamp Ban Pong. Een rit van ongeveer 1200 km. Hier kwamen alle gevangenen uit Signapore aan. Het lag aan het begin van de dodenspoorlijn.

6-02-1943: Nog dezelfde dag vertrekt een konvooi naar kamp Non Pradai. Waarschijnlijk was dit de groep die met trein 45 was aangekomen.

Er volgt nu een tijd van ongeveer anderhalf jaar dat we niet weten wanneer hij in welke kampen verbleef.

Op 17 oktober 1943 was het hele traject klaar. Dat betekende echter niet dat de gevangenen Thailand en Birma verlieten. Het spoor moest immers onderhouden worden. De Amerikanen waren ondertussen begonnen met het bombarderen van de spoorlijn. Wat kapot was moest gerepareerd worden. Omdat er in Japan gebrek was aan werkkrachten werden de gezondste mannen per trein terug naar Signapore gebracht en daar ingescheept voor de gevaarlijke reis naar Japan.

8-06-1944: Een trein met ongeveer 1050 Engelsen en 200 Nederlanders vertrekt vanuit kamp Changkai en komt enkele dagen later aan in kamp Changi in Signapore. Hier vinden we na anderhalf jaar Eduard terug, omdat dit hele transport werd ingescheept op de Hofuku Maru, een van de "Helschepen".

Java Party 9 Kaart Thailand/Birma Kaart van het rampgebied